Zoekresultaat 1 - 10 van 60 resultaten

  • Opstijgen of landen buiten een vliegveld

    Het is verboden om buiten een vliegveld op te stijgen of te landen met een luchtvaartuig. Luchtvaartuigen zijn bijvoorbeeld helikopters, paragliders en zweefvliegtuigen. U heeft een 'tijdelijk en uitzonderlijk gebruik' (TUG) ontheffing nodig als u ontheffing van dit verbod wilt. U dient een aanvraag in bij de provincie.

    Vliegt u met een drone? Dan heeft u een vliegbewijs nodig als de drone zwaarder is dan 250 gram. Hiervoor moet u eerst online een kennistest doen bij een erkende vliegschool. Bent u eigenaar van een drone? Dan heeft u een exploitatienummer nodig.

  • Wedstrijden op de weg

    U bent verplicht om een ontheffing aan te vragen als u wedstrijden wilt houden op de openbare weg. U vraagt de ontheffing aan bij de beheerder van die weg. De ontheffing wordt alleen verleend als er aantoonbaar maatregelen zijn getroffen om deelnemers en organisatoren te verzekeren. Hierbij geldt de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

  • Voorkomen van legionella in zwembaden

    Om legionellabesmetting te voorkomen moeten alle zwembaden een risicoanalyse uitvoeren. Het gaat dan om openbare zwembaden, semi-openbare zwembaden (bijvoorbeeld op campings, in hotels en sauna's) en medische zwembaden. De risicoanalyse is verplicht.

    Blijkt uit de analyse dat er risicopunten zijn? Dan moet u een beheersplan en een logboek bijhouden. De provincie kan naar deze documenten vragen. De risicopunten moet u daarna elk half jaar opnieuw testen op legionellabacteriën.

    Melding legionellabesmetting in zwembadwater

    Het ontstaan van legionellabacteriën in zwembadwater (honderd kve of meer) moet door de houder van een bad- of zweminrichting onmiddellijk aan de provincie worden gemeld. U kunt daartoe onderstaand meldingsformulier gebruiken. Aan de hand van uw melding treedt de provincie met de houder in contact, teneinde adequate maatregelen te treffen en indien noodzakelijk het publiek te informeren.

  • Inzage provinciaal inpassingsplan

    Als het gaat om dingen die voor de hele provincie belangrijk zijn, kan de provincie voor een bepaald grondgebied binnen de provincie een inpassingsplan maken. Een provinciaal inpassingsplan kunt u vergelijken met een omgevingsplan in een gemeente. De provincie moet dit aan de gemeenteraad van de betrokken gemeente(n) laten weten. De gemeente mag dan niet langer voor dat grondgebied regels in het omgevingsplan maken.

    Voor het inpassingsplan neemt de provincie eerst een voorbereidingsbesluit. Dit besluit staat 6 weken lang op de website van de provincie. Daarna maakt de provincie een ontwerpinpassingsplan. Iedereen heeft het recht om het ontwerpinpassingsplan te bekijken en hierop te reageren tijdens de inzageperiode van 6 weken. De provincie maakt deze inspraakprocedure bekend op de website en het staat ook in de Staatscourant. Ook als de provincie geen voorbereidingsbesluit heeft genomen, laat zij weten dat ze een inpassingsplan gaat maken.

    U kunt het ontwerpinpassingsplan 6 weken lang bekijken:

    • op de website van de provincie
    • op de website Ruimtelijkeplannen.nl
    • op het provinciehuis

    Als u het aan de provincie vraagt, kunt u de stukken ook buiten kantooruren bekijken of uitleg krijgen in een gesprek.

  • Melden bodemverontreiniging of bodemaantasting

    U meldt vervuiling of beschadiging van de bodem zo snel mogelijk nadat u dit heeft gemerkt. U doet een melding bij de provincie als:

    • u een omgevingsvergunning van de provincie heeft, en
    • het gaat om een vervuiling of beschadiging van de bodem in:
      • een waterwingebied
      • een grondwaterbeschermingsgebied, of
      • een Natura 2000-natuurgebied

    In alle andere gevallen doet u een melding bij de gemeente.

    Komt het door u dat de bodem vervuild of beschadigd is? Dan moet u de vervuiling of beschadiging van de bodem terugdraaien. Hiervoor moet u bij de provincie een plan van aanpak indienen.

    Het gaat hierbij om:

    1. handelingen of 
    2. kennisneming van verontreiniging of aantasting van de bodem zoals bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming.

  • Activiteiten uitvoeren in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied

    De gebieden waar ons drinkwater vandaan komt, moeten schoon blijven. Ook de gebieden eromheen moeten schoon blijven. Daarom gelden er regels voor activiteiten in deze gebieden.

    In gebieden waaruit een waterleidingbedrijf grondwater haalt, mogen alleen activiteiten plaatsvinden die daarmee rechtstreeks te maken hebben. Alle andere activiteiten zijn verboden.

    In de gebieden eromheen mogen ook andere activiteiten plaatsvinden, maar deze mogen de zuiverheid van het grondwater niet bedreigen. U mag in deze gebieden bijvoorbeeld niet:

    • stoffen in de bodem brengen die de bodem kunnen vervuilen
    • installaties bouwen die de bodem kunnen vervuilen
    • ondergrondse bodemenergiesystemen aanleggen

    Hiervoor kunt u een omgevingsvergunning aanvragen of vooraf een melding doen. De provincie weet of alleen een melding voldoende is of dat u een omgevingsvergunning moet aanvragen.

    In de vergunning staan regels waar u zich aan moet houden. Zonder omgevingsvergunning of melding mag u geen activiteiten uitvoeren.

  • Vrijstelling voor ontgrondingsvergunning

    U heeft een ontgrondingsvergunning nodig als u de bodem wilt gaan afgraven. Dit geldt voor land (het maaiveld) en de waterbodem. Haalt u een grondlaag weg, zoals klei, veen, zand of grind? Dan hoeft u soms geen vergunning aan te vragen. De Ontgrondingenverordening Zeeland 2002 begint met een opsomming van vrijstellingen van de vergunningplicht.

    Het gaat hierbij om:

    • het aanleggen, onderhouden, wijzigen of opruimen van waterstaatswerken, uit te voeren door of in opdracht van overheidslichamen;
    • het aanleggen, onderhouden, verruimen of verdiepen van greppels, sloten, grachten of andere watergangen door of in opdracht van overheidslichamen; 
    • het aanleggen, onderhouden, verruimen of verdiepen van greppels, sloten, grachten of andere watergangen anders dan bedoeld onder b, voor zover deze een bovenbreedte hebben of krijgen van niet meer dan 5 meter, een bodembreedte van niet meer dan 1,50 meter en een diepte van niet meer dan 1 meter beneden het vastgestelde zomerpeil of, bij gebreke daarvan, 2,50 meter beneden de gemiddelde hoogteligging van het aangrenzende terrein; 
    • het door of in opdracht van overheidslichamen aanleggen, wijzigen of opruimen van parkeerterreinen, vliegvelden, industrieterreinen, vuilstortplaatsen, bouwterreinen, sportterreinen, parken, plantsoenen en soortgelijke voorzieningen, waarvoor het ter plaatse geldende ruimtelijke besluit ingevolge van de Wet Ruimtelijke Ordening geen belemmering vormt; 
    • de normale uitoefening van het land-, tuin- of bosbouwbedrijf;
    • het uitvoeren van ontgrondingen, waarbij niet meer dan 1000 m³ wordt ontgraven en waarvoor het ter plaatse geldende ruimtelijk besluit ingevolge de Wet Ruimtelijke Ordening geen belemmering vormt; 
    • het maken, onderhouden, wijzigen of opruimen van bouwwerken krachtens een daartoe door het bevoegde bestuursorgaan verleende vergunning;
    • het doen van archeologische opgravingen door een rijksdienst, provinciale dienst, instelling voor wetenschappelijk onderwijs of een gemeente die daarvoor een vergunning heeft ingevolge de Monumentenwet;
    • de uitvoering van werken in gebieden die vallen onder de werking van de Natuurbeschermingswet; 
    • het uitvoeren van ontgrondingen op grond van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld natuurontwikkelingsproject.

    Ook in de Ontgrondingenwet zijn enkele gevallen genoemd van het zonder vergunning mogen ontgronden:

    • werkzaamheden bij overstromingen of dreigend gevaar van dijkdoorbraken; 
    • uitvoering van landinrichtingsplannen volgens de Landinrichtingswet: als daarvoor grond van elders moet komen, dan is voor die graafwerkzaamheden wel een vergunning nodig;
    • uitvoering van bodemsanering, gebaseerd op een provinciaal milieuprogramma: ook hiervoor geldt dat als grond van elders moet komen, daarvoor een vergunning is vereist.

    Voor alle graafwerkwerkzaamheden die hier niet aan bod zijn geweest, moet zonder meer een ontgrondingenvergunning worden aangevraagd.

    Kijk voor meer informatie over ontgrondingen bij 'Ontgrondingsvergunning' in dit loket.

  • Vaststellen hogere grenswaarde geluidsbelasting

    Er zijn regels voor hoeveel geluid bijvoorbeeld het verkeer, treinen en industriegebieden mogen maken. Dat noemen we de geluidsbelasting.

    De provincie kan in specifieke gevallen een hogere grenswaarde voor geluidsbelasting vaststellen bij:

    • grote industriegebieden waarvoor de provincie de geluidsregels vaststelt
    • provinciale wegen
    • lokale spoorwegen

    De provincie kan soms ook een hogere waarde vaststellen als u dat vraagt. Dit kan alleen als er echt geen andere mogelijkheid is.

    Op 1 januari 2007 is de Wet geluidhinder gewijzigd en geeft de provincie alleen nog hogere grenswaarden af bij reconstructies van provinciale wegen en de wijziging van de geluidzone rond de regionale industrieterreinen. Regionale industrieterreinen in Zeeland zijn Arnestein (gemeente Middelburg), Schelde Buitenhaven (gemeente Vlissingen), Vlissingen-Oost (gemeenten Vlissingen en Borsele) en de industrieterreinen Terneuzen-West, Oostelijke Kanaaloevers, Sluiskil-Oost, Axelse Vlakte en Poel en Gellinkpolder (gemeente Terneuzen).

  • Schadevergoeding voor ontgronding

    U kunt een schadevergoeding aanvragen voor schade die u lijdt door een ontgrondingsvergunning. We noemen dit ‘nadeelcompensatie’. U lijdt bijvoorbeeld schade, omdat u een vergunning heeft aangevraagd, maar deze niet krijgt. Ook kunt u schade lijden, omdat de vergunning wordt ingetrokken of gewijzigd.

    Bent u niet de houder van de vergunning, maar lijdt u wel schade? Dan kunt u ook een schadevergoeding aanvragen.

    De provincie kan een extern bureau om advies vragen over uw aanvraag.

    Ingevolgde de Ontgrondingenwet kunt u, ten laste van de provinciale kas, een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding ontvangen, indien door een beschikking schade wordt geleden welke redelijkerwijs niet of niet geheel te uwen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd. Een aanvraag om schadevergoeding kan worden ingediend door de aanvrager, de houder van een vergunning of degene die overeenkomstig afdeling 3.4 of afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn zienswijze naar voren heeft gebracht.

  • Bos kappen

    Het omhakken of rooien van bossen of bomenrijen mag niet zomaar. Dit geldt voor een groep bomen of struiken, buiten de bebouwde kom van gemeenten, die:

    • een oppervlakte heeft van minimaal 1000 m2 of
    • bestaat uit 1 of meer rijen van minimaal 21 bomen, gerekend over het totaal aantal rijen

    Dit moet u vooraf bij de provincie melden. U doet dan een melding 'Kappen van houtopstanden (buiten de bebouwde kom)'.

    De provincie kan u verbieden te kappen als dat nodig is voor de bescherming van bijzondere natuurkundige of landschappelijke waarden. Een kapverbod geldt in principe voor 5 jaar, maar als de provincie dat nodig vindt, dan kan de provincie het kapverbod verlengen.

    Mag u wel kappen, dan moet u zorgen dat op dezelfde plek weer bos of een bomenrij komt.

    Als u de bomen permanent wilt verwijderen, moet u eerst een omgevingsvergunning aanvragen. Het aanvragen van deze vergunning en het indienen van een kapmelding moet u apart van elkaar doen.

    In de volgende situaties hoeft u het kappen van bomen niet bij de provincie te melden:

    • binnen de bebouwde kom (u moet dan meestal wel toestemming krijgen van de gemeente)
    • op erven en in tuinen
    • fruitbomen en windschermen langs boomgaarden
    • kweekgoed
    • uit populieren of wilgen bestaande beplantingen langs (water)wegen (alleen als deze niet geknot zijn);
    • uit populieren of wilgen bestaande beplantingen in 1 rij langs landbouwgronden (alleen als deze niet geknot zijn)
    • naaldbomen, bedoeld als kerstbomen, als deze niet ouder zijn dan 20 jaar
    • het dunnen van een houtopstand
    • als het kappen nodig is voor het aanleggen of onderhouden van brandgangen
    • als het kappen nodig is om de doelen van de Vogelrichtlijn te halen
    • als het kappen nodig is om de natuurwaarde van een Natura 2000-gebied te behouden
    • als het kappen nodig is voor:
      • het uitvoeren van een verkeersproject dat voor het hele land belangrijk is (bijvoorbeeld autosnelweg verbreden, Schiphol uitbreiden)
      • boren naar delfstoffen dieper dan 100 meter onder de oppervlakte
      • boren dieper dan 500 meter voor het winnen van aardwarmte
      • militaire activiteiten
      • een vlucht met opsporings- en reddingshelikopters buiten de reguliere routes
      • grensbewaking