Zoekresultaat 51 - 58 van 58 resultaten

  • Bestrijdingsmiddelen gebruiken grondwaterbeschermingsgebieden

    Let op
    Deze activiteit geldt per 1 januari 2024 ná de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De belangrijkste regels kunt u nu terugvinden in het Omgevingsverordening provincie Flevoland.

    Verboden, tenzij…
    Het is verboden om bestrijdingsmiddelen, gewasbescherming of biociden te gebruiken in een grondwaterbeschermingsgebied.

    Er geldt een uitzondering voor middelen waar uit de toelatingsbeschikking van de ctgb blijkt, dat het middel wel mag worden gebruikt in een grondwaterbeschermingsgebied. U kunt dit nazoeken in de database van het ctgb.

  • Dijkverbeteringsplannen goedkeuren en inzien

    Een primaire waterkering beschermt een gebied tegen overstromingen vanuit het buitenwater (de grote rivieren of de zee). In de Waterwet staat om welke waterkeringen het gaat. De meeste primaire keringen zijn in beheer bij waterschappen, maar ook Rijkswaterstaat beheert een deel daarvan. Als een beheerder een waterkering wil veranderen, aanbrengen of aanleggen dan stelt hij een plan op, het projectbesluit. De beheerder legt in dat plan uit welke oplossing de voorkeur heeft en hoe hij rekening heeft gehouden met de andere belangen in het gebied. Iedereen kan het ontwerp van het projectbesluit bekijken en zijn mening hierover geven. Dit kan tijdens de inzageperiode op het provinciehuis of op de website van de provincie. Of op het waterschapskantoor (of dat van Rijkswaterstaat) en eventueel bij de betrokken gemeenten. Hierna stelt de beheerder het plan vast en legt het ter goedkeuring voor aan de provincie.

  • Ontgrondingsvergunning

    Iedereen die de bodem gaat afgraven, heeft een ontgrondingsvergunning nodig. Ontgronding betekent dat u de bodem afgraaft en daardoor verlaagt. Dit geldt voor land (het maaiveld) en de waterbodem. U haalt hierbij een grondlaag weg zoals klei, veen, zand of grind. Voorbeelden van ontgronding zijn:

    • zandwinning
    • waterberging
    • natuurontwikkeling

    U vraagt een omgevingsvergunning aan voor de activiteit 'Ontgrondingsactiviteit op land, in regionale wateren en in een winterbed van een rivier'.

    U moet de omgevingsvergunning voor ontgrondingsactiviteiten altijd aanvragen. Ook als u de bodem tijdelijk verlaagt. In een aantal gevallen geldt er een vrijstelling. Wanneer een vrijstelling geldt, ziet u in de vergunningencheck van het Omgevingsloket.

  • Aanvragen ontheffing omgevingsverordening door gemeente

    Wilt u als gemeente ruimtelijke activiteiten uitvoeren? Bijvoorbeeld een woonwijk bouwen, een viaduct aanpassen of een boerenbedrijf verplaatsen? Soms mag dit niet volgens de omgevingsverordening van de provincie. In deze verordening staan algemene regels over het grondgebied van de provincie. Deze regels gaan bijvoorbeeld over de ontwikkeling van bedrijfsterreinen, recreatieve voorzieningen en de doorstroming van het verkeer.

    De gemeente kan pas beginnen met de activiteiten als zij hiervoor een ontheffing van de provincie heeft. De aanvraag voor een ontheffing is onderdeel van het overleg als de gemeente een omgevingsplan voorbereidt. Aan de ontheffing kan de provincie voorschriften verbinden. Deze voorschriften moet de gemeente opnemen in het omgevingsplan.

  • Omgevingsvergunning water

    Voert u een activiteit uit zoals lozen of pompen in oppervlaktewater of met grondwater en heeft de activiteit weinig gevolgen voor de waterkwaliteit? Dan is het vaak voldoende om hiervan een melding te doen. Zijn de gevolgen groter? Dan heeft u een omgevingsvergunning water nodig. Dit noemen we ook wel een omgevingsvergunning wateractiviteit. Het gaat dan om het onttrekken van grotere hoeveelheden water aan de grond of het lozen van grondwater, oppervlaktewater of regenwater (hemelwater). Voorbeelden van activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning water nodig is, zijn:

    • het lozen of storten van stoffen op het oppervlaktewater (bijvoorbeeld een sloot of rivier)
    • het onttrekken van grote hoeveelheden grondwater voor industrieel gebruik
    • werkzaamheden bij een waterstaatswerk (bijvoorbeeld een snelweg, viaduct, tunnel, brug, vaarweg, of dijk)

  • Plaatsen of aanleggen van objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een burgerluchthaven van regionale betekenis

    Deze activiteit geldt per 1 januari 2024 ná de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Heeft u voor 1 januari 2024 een vergunningaanvraag ingediend? Dan behandelen wij uw aanvraag volgens de oude regelgeving van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

    Uit veiligheidsoverwegingen mogen gebouwen en objecten in de buurt van luchthavens maximaal een bepaalde hoogte hebben. Daarnaast mogen uw activiteiten geen belemmeringen vormen voor het goed functioneren van een luchthaven. Tenslotte moet er voldoende ruimte rondom een luchthaven blijven voor eventuele uitbreiding.

    Om deze redenen moet u een vergunning aanvragen wanneer u een object wilt plaatsen in de buurt van een luchthaven.  

    Nu kent Nederland luchthavens van nationale betekenis en luchthaven van regionale betekenis. Schiphol en de vliegvelden Eelde, Lelystad, Maastricht en Rotterdam gelden als luchthavens van nationale betekenis. Kleinere vliegvelden in Nederland gelden als luchthavens van regionale betekenis.

    Wanneer u een object wilt plaatsen in de buurt van een luchthaven van nationale betekenis moet u een vergunning aanvragen bij het Rijk.

    Wanneer u een object wilt plaatsen in de buurt van een luchthaven van regionale betekenis moet u een vergunning aanvragen bij de provincie.

    U vraagt in het Omgevingsloket een omgevingsvergunning aan voor de activiteit Plaatsen of aanleggen van objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een burgerluchthaven van regionale betekenis.

  • Plaatsen nieuwe windmolen

    Let op
    Deze activiteit geldt per 1 januari 2024 ná de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Heeft u voor 1 januari 2024 een projectplan ingediend? Dan behandelen wij uw aanvraag volgens de oude regelgeving van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

    Gekozen beleid windenergie
    Windenergie is belangrijk voor het bereiken van klimaatdoelen. Tegelijkertijd hebben windmolens ook nadelen. Zo hebben windmolens een grote impact op het landschap. Verder kunnen omwonenden last hebben van de slagschaduw van de draaiende wieken. Daarnaast kunnen windmolens de vliegroute van trekvogels beïnvloeden.

    Om deze redenen heeft de provincie Flevoland gekozen voor een beleid dat is gericht op meer windenergie door minder molens. Dit willen wij bereiken door opschalen en saneren.

    Opschalen en saneren
    Uitgangspunt is dat nieuwe windmolens meer energie produceren dan oude windmolen. Dat maakt het mogelijk om met minder windmolens toch meer energie te produceren.

    Daarom mag u in Flevoland alleen nieuwe windmolens plaatsen (opschalen) wanneer u oude windmolens weghaalt (saneren).

    Daarnaast mag u alleen nieuwe windmolens plaatsen binnen het windgebied van de provincie Flevoland.

    Projectplan
    Als u nieuwe windmolens wilt plaatsen, dan moet u tijdig een projectplan indienen bij de provincie. In dit projectplan moet onder andere staan:

    • waar u de nieuwe windmolens wilt plaatsen
    • welke windmolens u gaat saneren
    • hoe u omwonenden financieel laat participeren aan uw project

    In Titel 14.1 van de Omgevingsverordening provincie Flevoland vindt u alle regels die de provincie stelt met betrekking tot het opschalen en saneren van windmolens.

    Een projectplan voor plaatsen nieuwe windmolens kunt u indienen via het Omgevingsloket.

  • Vrijstelling voor ontgrondingsvergunning

    U heeft een ontgrondingsvergunning nodig als u de bodem wilt gaan afgraven. Dit geldt voor land (het maaiveld) en de waterbodem. Haalt u een grondlaag weg, zoals klei, veen, zand of grind? Dan hoeft u soms geen vergunning aan te vragen. De Ontgrondingenverordening Zeeland 2002 begint met een opsomming van vrijstellingen van de vergunningplicht.

    Het gaat hierbij om:

    • het aanleggen, onderhouden, wijzigen of opruimen van waterstaatswerken, uit te voeren door of in opdracht van overheidslichamen;
    • het aanleggen, onderhouden, verruimen of verdiepen van greppels, sloten, grachten of andere watergangen door of in opdracht van overheidslichamen; 
    • het aanleggen, onderhouden, verruimen of verdiepen van greppels, sloten, grachten of andere watergangen anders dan bedoeld onder b, voor zover deze een bovenbreedte hebben of krijgen van niet meer dan 5 meter, een bodembreedte van niet meer dan 1,50 meter en een diepte van niet meer dan 1 meter beneden het vastgestelde zomerpeil of, bij gebreke daarvan, 2,50 meter beneden de gemiddelde hoogteligging van het aangrenzende terrein; 
    • het door of in opdracht van overheidslichamen aanleggen, wijzigen of opruimen van parkeerterreinen, vliegvelden, industrieterreinen, vuilstortplaatsen, bouwterreinen, sportterreinen, parken, plantsoenen en soortgelijke voorzieningen, waarvoor het ter plaatse geldende ruimtelijke besluit ingevolge van de Wet Ruimtelijke Ordening geen belemmering vormt; 
    • de normale uitoefening van het land-, tuin- of bosbouwbedrijf;
    • het uitvoeren van ontgrondingen, waarbij niet meer dan 1000 m³ wordt ontgraven en waarvoor het ter plaatse geldende ruimtelijk besluit ingevolge de Wet Ruimtelijke Ordening geen belemmering vormt; 
    • het maken, onderhouden, wijzigen of opruimen van bouwwerken krachtens een daartoe door het bevoegde bestuursorgaan verleende vergunning;
    • het doen van archeologische opgravingen door een rijksdienst, provinciale dienst, instelling voor wetenschappelijk onderwijs of een gemeente die daarvoor een vergunning heeft ingevolge de Monumentenwet;
    • de uitvoering van werken in gebieden die vallen onder de werking van de Natuurbeschermingswet; 
    • het uitvoeren van ontgrondingen op grond van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld natuurontwikkelingsproject.

    Ook in de Ontgrondingenwet zijn enkele gevallen genoemd van het zonder vergunning mogen ontgronden:

    • werkzaamheden bij overstromingen of dreigend gevaar van dijkdoorbraken; 
    • uitvoering van landinrichtingsplannen volgens de Landinrichtingswet: als daarvoor grond van elders moet komen, dan is voor die graafwerkzaamheden wel een vergunning nodig;
    • uitvoering van bodemsanering, gebaseerd op een provinciaal milieuprogramma: ook hiervoor geldt dat als grond van elders moet komen, daarvoor een vergunning is vereist.

    Voor alle graafwerkwerkzaamheden die hier niet aan bod zijn geweest, moet zonder meer een ontgrondingenvergunning worden aangevraagd.

    Kijk voor meer informatie over ontgrondingen bij 'Ontgrondingsvergunning' in dit loket.