Zoekresultaat 1 - 10 van 54 resultaten

  • Vergoeding aanvragen na planschade

    Van planschade kan sprake zijn als een onroerend goed, bijvoorbeeld een woning, in waarde daalt door een planologische maatregel, zoals de aanleg van een woonwijk, een weg of een brug. Bij planschade kunt u recht hebben op een tegemoetkoming van de schade. De schade kan bestaan uit waardevermindering van uw woning of verlies van uw inkomsten. Een paar voorbeelden van planschade: het uitzicht vanuit uw huis verandert door de bouw van nieuwe woningen naast uw woning wordt een doorgaande weg aangelegd de functie of het gebruik van uw eigendom wordt gewijzigd of beperkt. Nu een vergoeding aanvragen na planschade via DigiD Nu een vergoeding aanvragen na planschade via eHerkenning

  • Alarm bij gevaar

    Bij gevaar in uw buurt wordt u gewaarschuwd door de politie of brandweer. Zij rijden bijvoorbeeld rond in geluidswagens en roepen om welk gevaar er dreigt. De politie en de brandweer kunnen bij u aanbellen. U hoort van hen wat er aan de hand is en wat u moet doen. U kunt ook een melding op uw mobiele telefoon krijgen van NL-Alert. De overheid verstuurt 2 keer per jaar een controlebericht. Bij groter gevaar hoort u de sirenes van het luchtalarm en krijgt u een melding van NL-Alert op uw mobiele telefoon. Ga het dichtstbijzijnde gebouw binnen of laat anderen bij u binnen. Sluit deuren en ramen. Zet de radio of tv aan. Kijk in de melding die u van NL-Alert ontvangen heeft en op Crisis.nl. Zo weet u wat er aan de hand is en wat u moet doen. Wacht daarop. Blijf binnen! Iedere eerste maandag van de maand om 12:00 uur wordt in het hele land het luchtalarm getest. U hoeft dan niets te doen. Op Crisis.nl vindt u ook een lijst van spullen die u in huis zou moeten hebben bij een ramp.

  • Rioolaansluiting aanvragen

    De meeste gebouwen in de gemeente zijn aangesloten op het riool. De gemeente: onderhoudt het riool en legt het aan. zorgt voor de aansluiting van gebouwen op het riool. De gemeente verzorgt uw aansluiting tot aan uw eigen terrein. Vanaf daar moet u er zelf voor zorgen.Ook de vervanging van riolering in gemeentegrond, moet u aanvragen. Uw riolering moet aan diverse eisen voldoen voordat de gemeente uw riolering aansluit. U kunt een rioolaansluiting aanvragen via DigiD (particulieren) of via eHerkenning (bedrijven). Nu een rioolaansluiting aanvragen Nu een rioolaansluiting aanvragen 

  • Gebouw of grond met voorkeursrecht verkopen

    Soms heeft de gemeente voorkeursrecht op een huis of een stuk grond. U moet uw huis of grond dan aan de gemeente aanbieden. Dit betekent dat de gemeente voorrang heeft om dit te kopen. De gemeente krijgt voorkeursrecht op gebouwen en grond waarvoor een nieuwe bestemming is vastgelegd. U kunt de gemeente vragen om uw eigendom toch niet te kopen. Bijvoorbeeld als de rechtsvorm van uw bedrijf verandert van VOF naar BV. Of als u al eerder heeft afgesproken het te ruilen of te schenken. Is uw bedrijf of onderneming onderdeel van uw grond of gebouw? Dan mag u eisen dat de gemeente hiermee rekening houdt bij de verkoop.

  • Kansen voor alle Kinderen

    Een fiets om naar school te fietsen of een laptop om huiswerk te maken. Helaas kunnen ouders dat niet altijd voor hun kinderen betalen. Dan helpt Kansen voor alle Kinderen. U als professional hebt een goede kijk op de situatie in de gezinnen. En weet als geen ander wat het kind nodig heeft om mee te doen. Bent u van mening dat een gezin aanspraak dient te maken op het budget? Dan kunt u hieronder een verzoek indienen. Professionals kunnen deze maatwerkvoorziening inzetten als een kind niet mee kan doen met de andere kinderen. U als professional hebt een goede kijk op de situatie in de gezinnen. En weet als geen ander wat het kind nodig heeft om mee te doen. Het is niet een maatwerkvoorziening die iedereen zelf kan aanvragen, alleen professionals kunnen een aanvraag doen met onderbouwing door onderstaande voorwaarden toe te passen. Nu een aanvraag kansen voor alle kinderen doen  Nu een aanvraag kansen voor alle kinderen doen

  • Gevaarlijke stoffen vervoeren

    Gevaarlijke stoffen mag u alleen vervoeren op aangewezen transportwegen in de gemeente. Zo gaat het vervoer zo min mogelijk door bewoond gebied. Hier ziet u de voor onze gemeente aangewezen route gevaarlijke stoffen.

  • Collectieve zorgverzekering aanvragen

    U kunt in het najaar van 2024 weer een collectieve zorgverzekering aanvragen. Uw voordeel Gemeente betaalt mee aan uw zorgverzekering. Voordeel op brillen/lezen, fysiotherapie, tandarts en de eigen bijdragen Wmo. Zorg en Zekerheid accepteert iedereen, zonder medische keuring. In deze video leggen we uit wat de collectieve zorgverzekering is.

  • Openbaar groen kopen of huren

    Als er naast uw woning of tuin een groenstrook ligt, dan is het in soms mogelijk om deze strook onder voorwaarden van de gemeente te kopen of te huren. Dien hiervoor een aanvraag in bij de gemeente. Om een aanvraag in te dienen heeft u een situatieschets nodig waarop is aangegeven welk perceel u van de gemeente wilt kopen/huren. Nu een verzoek voor koop of huur openbaar groen indienen

  • Persoonsgebonden budget

    Met een persoonsgebonden budget (pgb) kunt u zelf de hulp, zorg en ondersteuning inkopen die u nodig heeft. U kiest dan zelf uw zorgaanbieder of leverancier en koopt daar ondersteuning in. U bent verantwoordelijk om uw zorg te regelen en de administratie te doen. De gemeente zal onderzoeken of een pgb een geschikte vorm van financiering voor u is en of de zorgverlener of leverancier in staat is om de hulp, zorg en ondersteuning te bieden die u nodig heeft. Onder bepaalde voorwaarden mag de zorgverlener ook iemand uit uw eigen omgeving zijn.

  • Beschrijving kleine landschapselementen

    Algemene beschrijving In de loop der eeuwen zijn in het Nederlandse landschap diverse landschapselementen ontstaan. Sommige van deze landschapselementen zijn al eeuwen oud. De functie was vaak meerledig: zo dienden landschapselementen als perceelscheiding, veekering of drinkwatervoorziening voor het vee maar ze leverden ook gebruikshout op. Door de komst van het prikkeldraad, de schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn vele kilometers en hectares van deze elementen verdwenen. De landschapselementen hebben vaak een hoge natuurwaarde, doordat veel dieren en planten er beschutting, dekking en voedsel vinden. De lijnvormige landschapselementen worden gebruikt als migratieroute. Door bijvoorbeeld vleermuizen en de das. De blauwe landschapselementen dienen als voortplantingsplaats voor amfibieën en insecten. Veel vogels vinden nestgelegenheid in de dichte begroeiing of juist in ontstane holtes in de beplanting. Planten en insecten profiteren optimaal van het microklimaat dat de verschillende landschapselementen bieden. Landschapselementtypen L01 Groen blauwe landschapselementtypen Bron BIJ12 L01.01 Poel en klein historisch water Poelen zijn natuurlijke of gegraven laagtes, gemaakt om over water voor vee te kunnen beschikken. Andere al dan niet gegraven kleine wateren met een historische betekenis zijn bijvoorbeeld voorraadbassins voor bluswater, visvijvers, schapenwasplaatsen, pingoruïnes en veenputten. Vaak vervulden poelen meerdere functies. De mens heeft altijd water nodig gehad en daarvoor zijn zowel bestaande natuurlijke wateren als zelf gegraven laagtes gebruikt. Ook uit de middeleeuwen zijn putten en kuilen bekend. Tot op de dag van vandaag worden poelen gegraven en gebruikt. Poelen en kleine wateren in het landschap kunnen dus al eeuwen oud zijn, alhoewel sommige van zeer recente datum zijn, denk aan nieuw gegraven amfibieënpoelen. Het beheertype Poel en klein historisch water is te vinden in heel Nederland. Er zijn diverse vormen bekend. In het waterrijke West-Nederland dienden de sloten veelal als veedrinkplek en waren poelen dan ook minder noodzakelijk. In dit gebied vinden we de veenputten die door het kleinschalig afgraven van veen zijn ontstaan.Poelen zijn van groot belang als voortplantingsbiotoop voor amfibieën en libellen in het cultuurlandschap. Afbakening Zowel een poel als een klein historisch water is doorgaans een geïsoleerd stilstaand water dat gevoed wordt door grond- en/of regenwater Een poel mag in verbinding staan met sloten of greppels wanneer sprake is van een natuurlijke eenheid die vrij afwatert Veenputten mogen in verbinding staan met het slotenstelsel in het gebied L01.02 Houtwal en houtsingel Een houtkade is een lijnvormige aarden waterkering, beplant met boom- en struiksoorten. De beplanting zorgde door een goede verankering van de wortels voor een sterke waterkering. Deze kade is gering in hoogte. Bij de ontginning van laag gelegen delen in het westen van Utrecht, beschermden houtkades tegen wateroverlast. Houtkades werden beplant met geriefhout. Deze houtkades worden in het westen van Utrecht ook wel tiendwegen of zuwen genoemd. Kenmerkend voor tiendwegen is dat er aan beide zijden een watervoerende sloot is aangelegd. Op de houtkade staan zwarte els, es, lijsterbes, meidoorn, schietwilg etc. L01.03 Elzensingel Elzensingels zijn lijnvormige landschapselementen die bestaan uit een enkele rij zwarte elzen, en vaak langs slootkanten staan. Deze elzensingels komen vooral voor in het laagveen-, zand- of rivierengebied en zijn zeer kenmerkend voor de Friese Wouden en komen in verscheidene andere delen van Nederland voor, zoals het Groninger Westerkwartier, de Gelderse Vallei, Midden-Brabanten de gebieden rond Staphorst en Vriezeveen. Elzensingels zijn van belang voor schuilmogelijkheden voor fauna in het cultuurlandschap. Afbakening Een elzensingel is een vrijliggend lijnvormig en aaneengesloten eenrijig landschapselement dat grotendeels bestaat uit Zwarte els en als hakhout wordt beheerd L01.04 bossingel/bosje Een bosje is een houtopstand met opgaande bomen waar geen hakhoutbeheer plaatsvindt. In het bosje kan een struik- en kruidlaag aanwezig zijn. Diverse soorten bomen en struiken afhankelijk van de bodemstructuur en de functie van het bosje. Bosjes kunnen ook op het erf bij boerderijen aanwezig zijn. Afbakening Een bosje is een vrijliggend vlakvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken. Een bosje is minimaal 2,0 are en maximaal 1 hectare groot. L01.05 Knip- of scheerheg Heggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Waar in natte delen van Nederland sloten als eigendoms- of perceelscheiding dienden, werden in drogere delen veelal heggen gebruikt. De doornige meidoorn kon daarnaast ook nog een veekerende functie hebben. Ook op landgoederen en forten is het gebruik van meidoornhagen bekend. De introductie van het prikkeldraad rond 1900 heeft gezorgd voor het verdwijnen van veel heggen. Heggen komen in heel Nederland voor, maar zijn vooral te vinden rondom dorpen en boerderijen. Door het regelmatig knippen heeft de heg een strak en recht uiterlijk. Heggen zijn van belang als leefgebied en migratieroute. Daarnaast bieden heggen schuilmogelijkheden voor de fauna in het cultuurlandschap. Afbakening Een knip- of scheerheg is een vrijliggend lijnvormig landschapselement, met een aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen en/of struiken, dat wordt geknipt of geschoren Een knip- of scheerheg is minimaal 25 meter lang. Een knip- of scheerheg kan periodiek gevlochten worden Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit beheertype L01.06 Struweelhaag In de loop der eeuwen zijn in het Nederlandse landschap diverse lijnvormige landschapselementen verschenen met houtige gewassen. Sommige van deze landschapselementen zijn al eeuwen oud. De functie van dergelijke landschapselementen was perceelscheiding en veekering. Door de komst van prikkeldraad en de schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn vele kilometers van deze elementen verdwenen. Struweelhagen komen in heel Nederland voor en er zijn vele lokale varianten.Het verschil met een knip- of scheerheg is dat een struweelhaag minder frequent wordt gesnoeid en daardoor meer en breder uitgroeit. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals bij vlechtheggen. Struweelhagen vormen een belangrijk leefgebied voor aan struwelen en zomen gebonden flora en fauna in het cultuurlandschap. Ze zijn tevens van belang ter oriëntatie voor vleermuizen en als verbindingszone voor fauna. Afbakening Een struweelhaag is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken Hagen die minimaal eenmaal per 3 jaar worden gesnoeid horen tot het beheertype L01.05 Knip- of scheerheg L01.07 Laan Lanen zijn wegen die aan beide zijde met een of meerdere rijen bomen zijn beplant. Lanen vormen sinds de 17e eeuw belangrijke dragers van landgoederen en buitenplaatsen. Lanen werden niet alleen aangeplant uit esthetische motieven, maar dienden ook als beschutting tegen weersinvloeden en voor de houtproductie. Lanen blijven populair in de diverse tuinstijlen. Nog altijd worden nieuwe lanen aangelegd. Lanen komen voor in heel Nederland, vaak op en rond landgoederen. Soms herinneren lanen aan vroegere landgoederen op die locatie.Lanen zijn belangrijke onderdelen van landgoederen en geven vaak de structuur aan. Niet zelden bevindt zich het landhuis aan het eind van een laan, of biedt een laan een ver zicht naar een markant punt in de omgeving. Zeker oudere lanen met markante bomen kunnen zeer indrukwekkende landschapselementen zijn. Lanen zijn van belang voor aan oude bomen of boomholten gebonden vogels en vleermuizen. Verder zijn ze van belang voor op bomen groeiende mossen en korstmossen en oude lanen waar jaarlijks weinig strooisel blijft liggen zijn van groot belang voor zeldzame mycorhizapaddestoelen. Afbakening Een laan is een weg of pad, die aan beide zijden met een of meerdere rijen bomen is beplant en is bedoeld en aangelegd als laan. Bij een laan gaat het meestal om bomen van dezelfde soort en leeftijd en er is sprake van een herkenbaar en regelmatig plantverband. Een laan is minimaal 50 meter lang. Losse bomenrijen horen niet tot dit beheertype, maar tot het beheertype L01.13 Bomenrij/solitaire boom. L01.08 Knotboom Knotbomen zijn bomen met een opgaande stam, waarbij periodiek de boven op die stam groeiende takken (of pruik) worden geoogst. Door die oogst ontstaat er op deze hoogte een vergroeiing van de stam: de knot. De knotboom levert gemakkelijk oogstbaar hout op dat op een plaats groeit waar het vee er niet bij kan. Knoteiken worden traditioneel een keer in de zeven tot acht jaar geknot. Bij knotessen gebeurde dat eens in de vijf tot zes jaar en knotwilgen en knotpopulieren worden meestal eens in de vier jaar geknot. Al van voor het begin van onze jaartelling zijn er vermeldingen bekend van knotbomen. Het gaat dan om de soorten wilg, populier, es, els, eik en haagbeuk. Knotessen, knothaagbeuken en knoteiken kunnen bijzonder oud worden. Ook wilgen en bijvoorbeeld populieren worden als knotboom veel ouder dan wanneer ze vrijuit groeien. Voor grote delen van vooral Laag Nederland is de knotwilg een zeer kenmerkend landschapselement. Utrecht en Zuid-Holland zijn de provincies met de meeste knotbomen, geschat wordt dat het alleen daar al om honderdduizenden exemplaren gaat.Het silhouet van knotbomen is uit veel regio’s bekend. Per gebied verschillen echter wel de boomsoorten die ervoor worden gebruikt.Knotelzen staan vaak op armere gronden, ze zijn vooral kenmerkend voor akkerranden in landschappen met kampontginningen, slagenlandschappen en esdorpenlandschappen. Ze kwamen vroeger op veel plaatsen in Nederland voor, langs slootkanten als geknotte elzenhagen, maar ook in rijen tussen akkers en weilanden. In laagveengebieden en langs rivieren en dijken staan verschillende wilgen- en populierensoorten, maar daar en vooral in het laagveengebied worden ook gewone essen gebruikt. De bodem heeft daar weinig draagkracht en essen kunnen geknot veel ouder worden dan doorgroeiende essen. Knotbomen bieden broedgelegenheid aan diverse vogels, waaronder de Steenuil en Wilde eend. Vooral oude knotbomen kunnen zeldzame hierop groeiende mossen en korstmossen herbergen. Afbakening Een knotboom is een inheemse loofboom, waarvan de stam periodiek op een hoogte van minimaal 1,0 meter boven maaiveld wordt afgezet (geknot) Knotbomen worden aangetroffen als solitaire boom, in rijen of in kleine groepen L01.09 Hoogstamboomgaard Een hoogstamboomgaard is een boomgaard of boomweide met fruitrassen of notenbomen. Hoogstamboomgaarden zijn al bekend uit de middeleeuwen bij kloosters en kastelen, zowel voor eigen gebruik als handel. Ook bij boerderijen komen boomgaarden dan ook al eeuwen voor en sommige locaties kunnen heel oud zijn. De bomen zelf worden vaak niet ouder dan honderd jaar. De stijgende prijzen voor fruit zorgden voor een ware explosie van het aantal boomgaarden tussen 1850 en 1900. Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen veel hoogstammen voor de efficiëntere teelt in eerst half- en vervolgens laagstammen. Rooipremies hebben in het hele land veel hoogstamboomgaarden doen verdwijnen. Inmiddels worden er uit landschappelijke en ecologische motieven weer hoogstambomen aangeplant, maar de oppervlakte is nog maar een fractie van de oppervlakte die kort na de Tweede Wereldoorlog bestond.Overal in Nederland komen hoogstamboomgaarden voor, vooral als onderdeel van het boerenerf. Ook bij landgoederen en buitenplaatsen waren vaak (grootschalige) boomgaarden te vinden. Niet overal in Nederland komen hoogstamboomgaarden evenveel voor. In het Hollands-Utrechtse veenweidegebied komen nog veel boomgaarden bij boerderijen voor. Hier is door afzetting van rivierklei een geschikte groeiplaats ontstaan. Boomgaarden zijn dikwijls verbonden aan boerderijen. Enkele grotere complexen horen bij landgoederen en buitenplaatsen of dateren uit de tijd van de grote groei (1850-1900). Boomgaarden worden vaak door een heg, haag of sloot afgescheiden van de omgeving. De ondergrond van de hoogstamboomgaard is vaak een begraasd grasland: de hoogte van de stammen zorgden er immers voor dat het vee geen fruit kon eten! Naast hun functie voor fruitproductie hebben hoogstamboomgaarden ook een belangrijke landschappelijke betekenis en vormen ze het leefgebied voor diverse diersoorten zoals bijvoorbeeld steenuil. In oude boomgaarden groeien vaak ook bijzondere zeldzame fruitrassen en in de ondergroei van de hoogstammen handhaaft zich vaak een soortenrijke kruidenvegetatie. Afbakening Een hoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 1,5 meter hoog en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie Een hoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 10 fruitbomen en heeft een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 150 bomen per hectare Maximaal 10% van de bomen bestaat uit walnoten Een hoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving. L01.10 Struweelrand L01.11 Hakhoutbosje L01.12 Griendje L01.13 Bomenrij en solitaire boom Bomenrijen komen in heel Nederland voor en zijn vaak zeer bepalende elementen in het landschap, met een grote verscheidenheid aan vormen. Ze kunnen bestaan uit één of meerdere boomsoorten, vrij in het veld staan of langs een watergang, schouwpad, weg of anderszins. In deze vorm hebben bomenrijen niet alleen een landschappelijke waarde maar ook waarde als broedgebied voor vogels, of als ecologische corridor, bijvoorbeeld voor vleermuizen. Solitaire bomen zijn eveneens zeer kenmerkend voor het landschap, en vanuit die optiek waardevol om te behouden. Afbakening Een bomenrij/solitaire boom is een vrijliggend landschapselement van inheemse loofbomen dat niet kan worden gerangschikt onder andere beheertypes van deze index Bedoeld worden solitaire bomen of bomen in een groep of rij staande op of langs landbouwgrond. L01.14 Rietzoom en klein rietperceel Een laaggelegen perceel met een hoge grondwaterstand waar riet de meest dominante plant is. Vroeger werd het riet gebruikt als dakbedekking, isolatiemateriaal (bijvoorbeeld onder “holle” dakpannen) en om rieten schermen (bijvoorbeeld voor eendenkooien) te maken. Het beheer is afhankelijk van de beheerdoelstelling. Rietlandjes kunnen jaarlijks of eenmaal per drie jaar gemaaid worden in de nazomer of winterperiode. Is het een bloemrijk rietland met kenmerkende soorten zoals dotterbloem, echte koekoeksbloem, grote ratelaar, dan is jaarlijks maaien in de periode half augustus-half september aan te bevelen. Het maaisel niet laten liggen op het perceel maar afvoeren. Bij overjarig riet bestaat de vegetatie alleen uit riet, dan volstaat eenmaal maaien per 2 tot 3 jaar. Overjarig riet is een belangrijk biotoop voor moeras- en rietvogels zoals de rietzanger en de kleine karekiet. Het maaien kan het beste plaatsvinden bij vorst zodat schade aan de ondergrond zoveel mogelijk voorkomen wordt. Landschap kenmerkend voor nattere delen van de provincie Utrecht zoals het veenweidegebied, stroomgebied van rivieren als de Eem, Lek, Vecht en veen-riviertjes zoals de Angstel en de Winkel. Afbakening Een rietzoom bevindt zich langs een waterloop en bestaat uit riet-, biezen en/of zeggevegetaties, waarvan riet meer dan 50% van de oppervlakte inneemt. De rietzoom heeft een breedte van minimaal 2 meter en is minimaal 25 meter lang. Een klein rietperceel is een vlakvormig element met een vegetatie die overwegend uit riet bestaat. Het rietperceel heeft een maaibare oppervlakte van maximaal 0,5 ha. L01.15 Natuurvriendelijke oever Natuurvriendelijke oevers komen in heel Nederland voor langs waterlopen maar het meest karakteristiek zijn de natuurvriendelijke oevers voor Laag Nederland. Natuurvriendelijke oevers zijn door de mens aangebracht in de vorm van een plas- of dras berm of een flauw talud langs een bestaande waterloop. De begroeiing bestaat uit plantensoorten van natte ruigten en natte graslanden. Door de kenmerkende flora en fauna hebben deze oevers een hoge ecologische waarde. Zij zijn gebonden aan typische terreinomstandigheden. Afbakening Een natuurvriendelijke oever is een aaneengesloten oever langs een bestaande waterloop, in de vorm van een plas- of drasberm of flauw talud (minimaal 1:3) met een begroeiing van inheemse planten De oever heeft een breedte van tenminste 3 meter en maximaal 10 meter en heeft een minimale lengte van 25 meter L01.16 Bossingel Een bossingel is een houtopstand die vroeger vaak werd aangeplant en beheerd werd als hakhout, maar doorgeschoten is. Ze komen in veel gebieden in Nederland voor. Afbakening Een bossingel is een vrijliggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken Een bossingel heeft een breedte van minimaal 2 en maximaal 20 meter en een minimale oppervlakte van 1,0 are